Loempia’s voor kerst (Ervaringen van vier maanden backpacken in Azië)

Hallo medereizigers en thuisblijvers,

Zoals sommigen van jullie misschien is opgevallen ben ik al een tijdje niet meer te vinden op de borrels en AEGEE-activiteiten. Voor de mensen die ongerust begonnen te worden, geen zorgen, ik ben er nog, alleen even niet in de natte lage landen. Voor de mensen die mij niet kennen en zich af beginnen te vragen wiens woorden ze eigenlijk aan het lezen zijn, zal ik mij even voorstellen voor ik het vergeet. Ik ben Ivo en heb een bachelor natuurkunde in Groningen gedaan. Oke, dat klinkt niet zo spannend, dat is het ook niet. Daarom heb ik een hele hoop hobby’s. Ja, gekke hobby’s, maar als je daar meer over wilt weten, spreek mij dan vooral een keer aan op de borrel. Ik ben tweedejaars lid bij AEGEE, al denken sommigen dat ik al bij het AEGEE-meubilair hoor. Maar goed, de reden dat ik mijn pen dit keer oppak is omdat ik er juist even niet ben. Toen de dagen donkerder begonnen te worden en de Goedheiligman zijn pakjesboot klaar aan het maken was om naar Nederland af te reizen, was het tijd voor mij om Europa te laten voor wat het was. Ik ging de wereld buiten het AEGEE-rijk verkennen. Bestemming: Thailand, Laos, Vietnam, Taiwan en Cambodja. Tot zover het plan. Je vraagt je misschien af wat Taiwan in dat rijtje doet. Dat is een beetje de vreemde eend in de bijt, maar zeker de moeite waard. Daarover later meer.

In vier maanden zou ik vijf landen gaan bezoeken. Met tien kilo bagage stapte ik op het vliegtuig. Dat zouden al mijn bezittingen zijn voor de komende maanden. Dit zou de eerste keer worden dat ik buiten Europa op reis zou gaan en bovendien de eerste keer alleen.

Na heel wat uren in de lucht te hebben doorgebracht, was Bangkok eindelijk daar. In het vliegtuig ontmoette ik al een 56 jaar oude Zuid-Afrikaanse vrouw. Ze vertelde dat ze alles had verkocht en met alles wat ze had in vier tassen in het vliegtuig was gestapt. Ze was nog nooit buiten Zuid-Afrika geweest, maar ze was van plan voorgoed in Thailand te gaan wonen, omdat Zuid-Afrika het niet meer voor haar was. In eerste instantie vond in dit een zeer bijzonder verhaal en kon ik mij niet voorstellen in een dergelijke situatie te leven. Gaandeweg bleek echter dat de onvoorstelbaarheid van dit verhaal typerend was voor de levensverhalen die je tijdens je reis te horen krijgt. Iedereen heeft zijn redenen om thuis te ontvluchten, tijdelijk of voorgoed.

Bangkok was op zijn zachtst gezegd overweldigend als eerste kennismaking met Azië. Een stad met net zoveel inwoners als Nederland, of nou ja, eigenlijk weet niemand echt hoeveel mensen er in Bangkok wonen. Bedenk bij deze drukte ook nog eens 38 graden en iedereen die je wat wil verkopen. Als snel besloot ik deze heksenketel te verlaten, op zoek naar het rustigere Thailand. Dat vond ik gelukkig in het noorden. Bijna een week verbleef ik in een hostel bij een Thais gezin. Daar vond ik ook medereizigers. Als echte Hollanders besloten we een fietstochtje door de stad te maken. De enige fietsen die te huren waren, bleken meisjesfietsen te zijn. Maar de mocht de pret niet drukken en met onze knieën tegen het stuur fietsten we door de stad. Fietsers zijn ze hier echter niet zo gewend en bestuurders weten dan ook niet zo goed wat ze ermee aanmoeten op de weg, wat resulteerde in dat ze je vaak maar negeren. Uiteindelijk belandden we met de fiets dan ook op de snelweg en toverden we de vluchtstrook tijdelijk om in een fietsstrook. In Thailand kan alles. Na dit avontuur besloten we ons maar op de local-manier te gaan verplaatsen en maakte ik mijn eerste ritje op een scooter. Dat ritje ging naar een dorpje 130 kilometer verderop, in de bergen. Nu moet ik er wel bij zeggen dat het begrip van scooter hier in Azië wel anders is gedefinieerd. Ze beginnen vanaf 110 cc. Voor mensen, zoals ik, die niet zo thuis zijn op het gebied van motoren, betekent dit dat je met zo’n motor al snel 100 km/u gaat.

Na nog wat rond te hebben gereisd in het in Thailand, was het tijd om de Mekong over te steken naar Laos. Daar werd het verschil met het buurland snel duidelijk toen we in de tuk tuk niet sneller dan 30 km/u konden, omdat we zigzaggend de gaten in de weg moesten ontwijken. Dat bleek typerend te zijn voor de snelheid van het leven in Laos. In Laos gaat het allemaal niet zo snel en dat is ook niet nodig. “Please don’t rush” is hier het levensmotto.

Hier ging ik eindelijk echt de jungle in. Dat deden we niet zomaar te voet. Al ziplinend vlogen we drie dagen lang over de jungle en waanden we ons, slapend in boomhutten zestig meter boven de grond, in het leven van een gibbon. We vierden Sinterklaasavond boven in een boom midden in de jungle. En ja, zelfs met pepernoten.

Het noorden van Laos was voor mij een oase van rust. Uiteindelijk kwam ik met twee Israëliërs en een Zweedse in een bergdorpje terecht. Een omgeving die zo uit Jurassic Park leek te komen. Alle reizigers in het dorp pasten in het enige lokale barretje dat ‘s avonds dan ook de plek was om samen te komen en op te warmen. Huh, opwarmen? Ja het verbaasde mij ook nogal, maar vergeet het beeld dat Zuidoost-Azië altijd heerlijk weer heeft. In het noorden van Thailand, Laos en Vietnam zijn de winters in de bergen namelijk erg koud. Overdag rond de 15 ˚C en s’nachts 5 ˚C. In Nederland zouden we dan lekker binnen bij de verwarming gaan zitten, dat is er hier niet bij. We sliepen in houten hutjes met kieren waar je vingers in passen. We sliepen met alle kleren die we hadden. Verwarming hebben ze daar niet en het enige haardvuurtje in het dorp was in de bar. Maar het wordt nog kouder.

We bleven hier bijna een week in een hangmatje genieten van de onrealistisch mooie bergen. Soms viel mijn oog op een vliegtuig hoog in de lucht. Dat deed mij denken aan de dag dat ik thuis verliet en dat er een dag zal komen dat ik weer in een vliegtuig zal stappen om naar huis te vliegen. Even realiseer je je weer dat er een thuis is, dat er ergens mensen zijn die op je wachten, die zich afvragen waar je eigenlijk zit. Een plek waar iedere woensdagavond iedereen even één is, terwijl ze in een kring ‘Het gras van het Noorderplantsoen’ uit volle borst meezingen. Terwijl het vliegtuig uit het zicht verdwijnt, vervaagt de gedachte aan thuis ook weer. Tijdens je reis begin je alles dat je hebt en kent voor even los te laten, je bezittingen, je gewoontes van thuis, je vooroordelen en je angsten. Ja, zelfs je baardharen laat je hun vrije loop maar gaan.

Na mijn rust te hebben gevonden in Laos, stapte ik op de bus naar Vietnam. Of nou ja, dé bus was er niet echt. Het duurde drie dagen in drie verschillende bussen omdat uiteraard van alles mis ging dat mis kon gaan. Maar daar leer je al snel mee te dealen en zelfs van te genieten. Dat zijn namelijk de gebeurtenissen die je op plekken brengen waar je niet dacht te komen en je reis tot een avontuur maken.

Wellicht hadden sommige mensen al gerealiseerd dat ik op reis was tijdens alle familie/vrienden-feestdagen. Kerst bracht ik door in een bergdorpje in het noorden van Vietnam. Met temperaturen ‘s nachts rond het vriespunt en mensen met mutsen en handschoenen, gaf deze plek mij een Nederlands kerstgevoel. Ja, ik zei dat het nog kouder zou worden. Op kerstavond kookte de eigenares van het hostel een kerstdiner voor het handjevol gasten. Hoe kon het ook anders dan dat ze met een stapel Vietnamese loempia’s aan kwam zetten. En met rijstwijn, een houtvuurtje en de gastvrijheid om ons warm te houden vierden we kerstavond. Hoewel we al een nieuwjaar hadden gevierd in het noorden van Laos bij de originele inwoners van Laos, de Hmong volksstammen, was nu ons nieuwjaar aan de beurt. Hiervoor had ik de kou achter mij gelaten en ingeruild voor regen. Ondertussen was ik beland in een dorp in het midden van Vietnam. Zo klein als het dorp was, zo groot was het hostel. Met 200 man vierden we dat een mooi jaar voorbij was en proosten we op dat het komende jaar nog mooier mag worden.

Na alle feestdagen gevierd te hebben, reisde ik verder zuidwaarts door Vietnam. Hoewel Vietnam een prachtig divers land is met jungle, eindeloze stranden en uitgestrekte rijstvelden, is het ook het land waar het toerisme zijn sporen het meest heeft nagelaten. Het is lastig om door de toeristische bubbel heen te prikken, aangezien alles ingesteld en gemaakt is op reizigers. Wil je in aanraking komen met de traditionele locals, dan is dit niet het beste land om naartoe te gaan. Vietnam was echter wel het land waar ik bij uitstek het bizarste ding heb gespot achterop een scooter. Misschien vraag je je nu af waar ik het over heb. Wie naar Zuidoost-Azië komt zal één ding meteen opvallen, overal scooters, of zoals de locals zeggen “motorbikes”. Een motorbike is van levensbelang hier om jezelf, maar vooral goederen te vervoeren. Alleen op een motorbike zitten, zonder spullen, is iets dat hier dan ook weinig voorkomt. En als je even geen spullen hebt om te vervoeren, dan neem je op zijn minst enkele personen mee. Dat levert veel bizarre taferelen op die voor het nodige amusement zorgen op straat. Dat brengt mij aan het eind van mijn reis tot een mooie top vijf van de gekste dingen die ik vervoerd heb zien worden op een motorbike. Op vijf: ongeveer 100 kokosnoten (ja ergens paste ook nog een bestuurder). Vier: vele tientallen levende kippen (op de kop aan een stok). Drie: vier personen (zeer regelmatig gespot). Twee: een levend varken (krijsend en wel). En de nummer een: een koe (de gesteldheid van het beest op het moment van vervoer was onduidelijk). Het zijn hier ware acrobaten op de weg.

Na twee maanden door te hebben gebracht in landen met lagere levensstandaarden,  stapte ik weer in het vliegtuig om naar het moderne Taiwan te vliegen. Dat bleek een andere wereld te zijn. Taiwan voelde voor mij bijna als een Europees land. Westerlingen waren echter in dit land nauwelijks te bekennen. Hoewel het een eiland is niet veel groter dan Nederland, is de diversiteit in landschap en natuur hier gigantisch. Van duizenden meters hoge bergen tot prachtige koraalkusten met een knalblauwe oceaan. Hier heb ik dan ook het mooiste national park van mijn reis bezocht. Het beste was dat je de vrijheid had om helemaal alleen, zonder gids, dwars door de jungle de bergen in te gaan. Alleen door de jungle lopend kwam ik veel apen en andere dieren tegen. Op een dag was ik aan het wandelen, genietend van de natuur, plots stopte ik en dacht ik bij mijzelf: “Ivo, realiseer jij je eigenlijk wel waar je mee bezig bent? Je loopt hier alleen midden in de jungle, niemand weet waar je bent. Als er iets gebeurt is het maar de vraag of ze je ooit nog vinden…wat geweldig”. Ik heb het voorrecht en het geluk om naar een land aan de andere kant van de wereld te reizen, daar vrij rond te lopen en te genieten van alle indrukwekkende dingen van de natuur en cultuur. Vaak realiseren we ons veel te weinig in wat voor positie wij leven.

 

Na dit inzicht te hebben vergaard reisde ik verder Taiwan door. Aangezien er geen andere backpackers te bekennen waren om mee samen te reizen, was mijn sociale interactie beperkt tot de zeer vriendelijke en gezellige Taiwanezen in de hostels. Dat zorgde ervoor dat ik veel van het land leerde en Taiwan van een andere kant te zien kreeg. Op één van mijn laatste dagen in Taiwan nam ik een kijkje bij een openlucht kunsttentoonstelling. Het was wintervakantie, dus veel mensen kwamen daar als dagje uit naar toe. Van de verte waren al vele tientallen vliegers in de lucht te zien. Eenmaal dichterbij bleken op een nabijgelegen grasveld, honderden volwassenen en kinderen met vliegers en bellenblaas aan het spelen te zijn. Iedereen, jong en oud, met zoveel plezier aan het genieten. Volwassen en kind waren niet meer te onderscheiden. Terwijl ik tussen de bellen en de vliegers alles aanschouwde, kreeg ik de indruk dat de mensen in Taiwan veel meer bezig zijn met levensgenot, en dat wij in Europa daar nog wat van kunnen leren.

Helaas was het tijd om dit comfort weer achter mij te laten en af te reizen naar het laatste land van mijn reis: Cambodja. Het voelde goed weer in de broeikas van 33 ˚C te zijn en stof te happen in de tuktuk op weg van het vliegveld. Cambodja zou voor mij vooral een plek zijn om uit te rusten en te genieten van de stranden en de zee. Ik werd in Cambodja echter al vrij snel ziek. In plaats van in de zee, lag ik in een hangmatje naast de W.C.. Ja, dat maakte de reis wel compleet, zullen we maar zeggen. Het laat ook wel zien dat reizen niet altijd een feestje is. In je eentje voor een lange tijd gaan backpacken is dan ook niet te vergelijken met AEGEE-reizen. Niets is voor je georganiseerd. Wil je mensen ontmoeten, dan moet je daar zelf moeite in steken. Uiteraard zijn er op de meeste plekken genoeg reizigers om bij aan te haken, maar er zullen veel momenten zijn dat je op jezelf aangewezen bent en alleen jezelf als gezelschap hebt. Als je openstaat voor alles dat op je pad komt, dan gaat je reis hoogstwaarschijnlijk prachtig zijn. Veel mooie dingen zullen op je pad komen, maar je zal ook minder fraaie situaties tegenkomen. Armoede en de kansarme positie van sommige mensen hier is onvermijdelijk zichtbaar op iedere hoek van de straat. Het  optimisme en de openhartigheid van de locals, ondanks de armoedige situatie waar ze in leven, maakt je reis echter tot een unieke en geweldige ervaring. Terwijl ik ziek in mijn hangmatje lag, kwam ik reizigers tegen met wie ik maanden eerder al had gereisd. Omdat iedereen min of meer dezelfde landen bezoekt in Zuidoost-Azië, kom je vaak bekenden per toeval tegen in een volgende stad of ander land. Soms zeg je iemand wel vijf keer vaarwel en kom je hem toch weer een zesde keer tegen. Ik besloot mijn plannen in Cambodja te laten voor wat ze waren, aangezien ze nogal in de diarree waren gevallen. Ik sloot mij weer bij hen aan om de laatste week van mijn reis op een eiland in Thailand door te brengen. Ondertussen was het tijd mijn backpack voor de laatste keer in te pakken en weer aan boorde van één van die vliegtuigen hoog in de lucht te stappen. Terug naar het koude kikkerlandje waar we het zo goed hebben. Het was een onvergetelijke reis waar ik geen seconde van had willen missen, maar ik kan niet wachten binnenkort op woensdagavond mij weer in die kring te voegen, bij die mensen in die kroeg in een stadje ver van hier, en “Het gras van het Noorderplantsoen” weer mee te zingen.