Op avontuur in Oostenrijk

Vrijdag 22 januari is het eindelijk zover, de dag waar ik lange tijd naar uitgekeken en gevreesd voor heb. Ik ga de Alternatieve Elfstedentocht schaatsen. Woensdagavond zijn we in Techendorf aangekomen, een klein dorpje in Oostenrijk. Een paar weken per jaar wordt het inwoneraantal van dit dorpje verdubbeld door een vloedgolf aan Nederlanders die allemaal op de Weissensee willen schaatsen. Al snel blijkt dat het dorpje erg blij is met de komst van de vele Nederlanders, onder andere door de Nederlandse vlaggen die overal hangen. Ik ben met een aantal personen van mijn werk maanden aan het voorbereiden geweest. Sponsoren werven, het materiaal op orde krijgen en natuurlijk trainen. In de week voorafgaand aan de tocht houden we de weersverwachting goed in de gaten. De verwachting is dat het koud gaat worden, mogelijk zelfs extreem koud. Er gaan verhalen rond over temperaturen tot 23 graden onder nul. Ik ben voorbereid op koud weer, maar ik hoop toch echt dat het niet min 23 graden wordt.

Op donderdag gingen we voor het eerst het ijs op. Het meer omgeven door bergen met besneeuwde toppen en wat schattige Oostenrijke huisjes ziet er erg mooi uit. Al snel merk ik dat schaatsen op natuurijs heel anders is dan schaatsen op kunstijs. Er zitten erg veel scheuren in het ijs, waardoor de kans op vallen erg groot is. Dat blijkt dan ook snel. Ik zie verschillende personen vallen en ga zelf ook al snel onderuit. Gelukkig kom ik er zonder blessures vanaf en ook mijn teamgenoten zijn al snel erg blij met de helm die we allemaal dragen. Na 20 kilometer gereden te hebben stop ik ermee. Ik wil niet te moe worden voor de dag erna of al te hard onderuit gaan. ’s Middags krijgen we uitleg over de tocht. De start de dag erna is om 7.00 uur, in het donker. Een ronde is 10 kilometer lang en de baan sluit om 18.00 uur.

Op avontuur in Oostenrijk 01
Jan Koopstra at Dutch Wikipedia [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) or CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/)], via Wikimedia Commons
Dan is het moment daar, de dag van de Alternatieve Elfstedentocht. Om 5.15 uur gaat de wekker. Ik ben erg zenuwachtig en me er erg van bewust dat ik pas in augustus ben begonnen met trainen, na jaren niet zo veel aan sport te hebben gedaan. Ontbijten lukt dan ook niet zo goed. Het is -12 graden buiten, koud maar gelukkig niet de -23 waarover werd gesproken. De laagjes kleding met winddichte laag die ik gepland had zullen voldoende zijn. Wel plak ik bubbeltjesplastic op mijn knieën zodat die niet pijn zullen gaan doen door de kou. Ik smeer wat vaseline op mijn gezicht en trek een bivakmuts aan onder mijn helm. Met een skibril erbij zal ik totaal onherkenbaar zijn. Hierom draagt mijn team een gekleurde beenwarmer. Zo kunnen thuisblijvers die ons via de webcam volgens ons en wij elkaar herkennen. Lopend gaan we naar de start. Wat we daar zien is erg bijzonder. 1000 man maakt zich gereed om te starten, daarnaast lopen overal ter ondersteuning vrijwilligers rond. Van de 1000 deelnemers zijn er ongeveer 200 vrouw, ik zal het merendeel van de tocht dan ook met enkel mannen rijden. De meesten dragen lampjes die de lucht heel erg laten glinsteren door al de ijzel die door de kou in de lucht hangt. Er hangt een gespannen sfeer. Sommigen willen echt een goede tijd neerzetten, anderen zijn al blij als ze de 50 km halen.

Op avontuur in Oostenrijk 02
Jan Koopstra at nl.wikipedia [GFDL (http://www.gnu.org/copyleft/fdl.html) or CC-BY-SA-3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/)], from Wikimedia Commons
Dan gaat het startschot. Al snel zijn de rijders over de baan verspreid. Het schiet door mij heen dat dit tegelijk doodeng en super mooi is. Ik blijf de hele tijd gefocust op alle scheuren en elke keer als ik iemand hard zie vallen of zelf bijna val schiet er even een angstscheut door mij heen. Al snel heb ik de eerste 20 km erop zitten en ga ik even wat drinken en eten. Daarna weer snel door. Ik probeer aan te houden steeds 20 km achter elkaar door te schaatsen en dan pas voor een pauze te gaan. Ik sluit steeds bij andere groepjes aan, net wie op dat moment bij mij in de buurt in hetzelfde tempo rijden. In de achterzakken van mijn jasje heb ik wat eten en sportdrank voor tijdens het schaatsen. Hoewel dat drinken moeilijk blijkt te gaan: alle drank in het flesje blijkt bevroren te zijn! Na 70 km is duidelijk dat de enige reden dat ik nog niet languit ben gegaan komt door mijn jarenlange schaatservaring. Ik ben erg vaak bijna gevallen waarbij ik dit net kon voorkomen. Dit is erg vermoeiend en zorgt steeds voor een klap op mijn enkels. Ook voelde ik op een bepaald moment mijn linkervoet verdraaien. Ik ben doorgegaan, maar merk in de pauze dat mijn enkel toch wel heel erg pijn doet. Na even gezeten te hebben is het erg moeilijk weer verder te gaan. Afzetten gaat steeds meer pijn doen. Ik wil nog lang niet opgeven maar begin mij wel te beseffen dat dit heel, heel erg zwaar is en dat ik nog een lang eind te gaan heb. Af en toe durf ik even om mij heen te kijken naar de bergen met besneeuwde toppen en de regenboog die ertussen hangt. Op die momenten probeer ik mij eraan te herinneren dat ik dit toch echt vrijwillig doe en dit leuk vind. De wind die ondertussen opgestoken is, maakt het nog zwaarder. Eerst dacht ik dat ik gewoon hard schaatste, totdat ik de bocht om ging en opeens haast stil stond. Snel ging ik achter een grote man rijden, ondertussen proberend om hem heen uit te kijken naar scheuren. In een pauze heb ik gehoord dat enkele van mijn teamgenoten uitgevallen zijn. Een door gekneusde of gebroken ribben, een ander door een gebroken pols. Ook hoor ik van een man met een gebroken bovenarm en een man met een voortand eruit. Na 100 km ben ik volledig kapot. Ik hoor om mij heen dat bij iedereen na 100 km alles pijn doet, ongeacht of ze goed getraind zijn of niet. In de pauze wordt mij moed ingepraat, ik heb moeite aan iets anders te denken dan de moeheid en vreselijke pijn in mijn enkels. Na nog 10 km zit ik weer bij de verzorgingspost. Ik wil nog niet opgeven, het duurt nog een paar uren voordat de baan sluit. Bij de verzorgingspost zeggen ze dat ik beter kan stoppen. Ik besluit toch verder te gaan. Die laatste 10 km zijn vreselijk zwaar. De pijn in mijn rug en de moeheid kan ik nog redelijk negeren, maar de pijn in mijn enkels is niet te ontkennen. Bij de finish word ik opgewacht door een paar van de organisatie. Ik wil eigenlijk niet stoppen, maar voel dat ik niet verder kan. Ik finish na 120 km.

Inmiddels ben ik weer hersteld. Ik vond, ondanks de zware tocht, het gehele evenement fantastisch en wil zeker nog een keer gaan. Het was een erg bijzondere ervaring. En de 200 km, die wil ik zeker nog een keer uitrijden!