Het is wit en het loopt in de weg

De zomer is begonnen! Er is veelvuldig gestudeerd en weinig geslapen om de tentamens te halen en het studiejaar succesvol af te ronden. Commissies lopen ten einde en er wordt teruggekeken op een geweldig studentenjaar. Reisplannen worden gemaakt, tickets geboekt. De zomer, een tijd vol vrijheid, genieten, SU´s en zon ! Helaas geldt dit niet voor mij.. Als jullie allemaal in de zon op het terras van een biertje genieten, bevind ik mij in het ziekenhuis om van 8 tot 6 achter artsen aan te hollen. Dat is het leven van een co-assistent.

Het leven van een co bestaat uit ontzettend vroeg opstaan, wat ik absoluut niet kan en waar ik nog steeds niet aan gewend ben geraakt. Dan ga je om 8 uur naar de nachtoverdracht en zit je met je eerste kopje koffie wakker te worden. Van de overdracht over de opgenomen patiënten pik je maar de helft op en van die helft snap je weer alleen de helft. Daarna ga je, al iets wakkerder, naar de patiënten op je afdeling om te kijken hoe het met ze gaat. Je volgt de zaalarts overal waar hij/zij gaat of staat. Vervolgens ga je terug naar de artsenkamer voor je tweede kopje koffie en begint de zaalarts aan de administratie. Als je mazzel hebt, zijn er patiënten om op te nemen of om te onderzoeken en op te oefenen. Je vraagt je misschien af wat een opname is, maar eigenlijk weet ik dat zelf ook niet precies. Al helemaal niet de eerste dag.

Op de eerste dag van mijn eerste co-schap werd mij gevraagd of ik eventjes die nieuwe patiënt kon opnemen aangezien de zaalarts er niet was. Ik wist nog niet eens wat de functie van een co-assistent inhield, laat staan wat ‘opnemen’ was. Zo word je in het diepe gegooid en probeer je, spartelend als een vis op het droge, wat je hebt geleerd tijdens de onderwijsweken, om er dan achter te komen dat de manier hoe je het geleerd hebt helemaal niet praktisch is en dat het vaak veel beter en sneller kan. Verbazingwekkend kijk je naar de artsen die het complete lichamelijk onderzoek doen in 5 minuten, terwijl jij dan nog niet eens halverwege zou zijn.

Dan is het lunchpauze, zoals het woord al zegt: tijd voor pauze. Dat geldt echter niet voor sommige artsen in het ziekenhuis. Die gaan gewoon door, met een broodje achter de pc, de administratie zien door te werken. Zodat ze dan hopelijk niet weer om 8 uur pas naar huis kunnen. (Wat is mijn leven nu nog chill!) ’s Middags is het vaak tijd voor de poli’s. Meelopen, kijken, kijken en nog eens kijken, en als je mazzel hebt mag je ook nog wat zelf doen. Om half 5 vertrekt de laatste patiënt de spreekkamer en heb je nog even tijd om de volgende dag voor te bereiden. Als je geluk hebt, loop je om half 6 het ziekenhuis uit, de frisse lucht tegemoet. Compleet vermoeid van de indrukken en de ellenlange vragen en onzekerheid die elke co-assistent ervaart.

Toch zijn er ook mooie momenten. Zoals extreem blij zijn omdat je voor het eerst bloed hebt geprikt bij een echt persoon. Voor een niet-geneeskunde klinkt dit vast heel bizar, maar het is echt heel cool:). Een ander voordeel aan het co-schappen lopen, is dat ik in deze zomer in Groningen blijf en dus eindelijk iets kan meemaken van de Groningse SU. Dat wordt een feest en ik ben blij dat ik een deel kan meemaken. Ook is er natuurlijk aan het eind van de zomer de KEI-week en daar hoop ik met jullie veel nieuwe AEGEE’ers te verwelkomen. Ik ben benieuwd naar een Groningse zomer en al moet ik de Hoornseplas verruilen voor het ziekenhuis, in het weekend zal ik met jullie meegenieten van de ‘vakantie’. Tot op Schiermonnikoog!