Drie ideeën om de wereld te veranderen

Wereldverbeteraars worden gezien als dromers: idealisten met onhaalbare idealen. Het is ook een behoorlijke opgave, de wereld verbeteren. In een grootschalige, complexe wereld is het makkelijk om verward, onzeker en gedemotiveerd te raken, en ik denk dat daarom maar weinig mensen zich het doel stellen om de wereld te verbeteren. Maar het is niet onmogelijk. In dit artikel stel ik de vraag:

Hoe kunnen we de wereld zo goed mogelijk verbeteren?

Maar voordat we die vraag kunnen beantwoorden, wil ik eerst enkele concepten bespreken.

Drie ideeën: gelijkheid, maximalisatie, en schaarste

“Iedereen is gelijk.” Het is een mooie uitspraak, en de meesten van jullie zullen het hier wel mee eens zijn. Maar wat zijn eigenlijk de implicaties hiervan? Vroeger betekende dit: iedereen in mijn stam is gelijk, en verdient een gelijkwaardige behandeling. Wat later betekende dit: alle witte mannen die een aanzienlijk vermogen hebben, verdienen een gelijkwaardige behandeling. Inmiddels beseffen we gelukkig dat we geen onderscheid moeten maken op basis van huidskleur, sociaal-economische status, of geslacht. Hopelijk is dit niets nieuws!

Een ander punt is het volgende: we helpen liever meer, dan minder mensen (er vanuit gaande dat de kosten gelijk blijven). En als we liever meer mensen helpen, dan is de beste situatie waarin de meeste mensen zo goed mogelijk geholpen zijn. Dit noem ik het principe van maximalisatie.

Bovendien is het belangrijk te beseffen dat we beperkte middelen hebben om de wereld te verbeteren; we kunnen ons geld, onze tijd, en onze energie maar één keer besteden. Dit betekent dat we keuzes moeten maken, en dat we niet alle problemen kunnen oplossen. Dit noem ik het principe van schaarste.

Prioriteiten stellen

Als we niet de middelen hebben om alle problemen op te lossen (schaarste), dan moeten we prioriteiten stellen. Dat kunnen we doen op verschillende manieren. Eén daarvan is “doe waar je je goed bij voelt.” Zo doneren mensen aan de voedselbank, of werken ze bij de dierenambulance. Maar als we het principe van gelijkheid onderschrijven, dan mogen we geen onderscheid maken tussen armen hier in Groningen, en armen in Kenia. (En in het geval van dieren, geen onderscheid tussen het zielige vogeltje dat gepakt is door een kat, en de 10–20 vogels die de Nederlander gemiddeld per jaar eet.) Zonder dit onderscheid blijft er nog één vraag over: hoe helpen we de meeste mensen (of dieren) zo goed mogelijk?

En hoewel we nog geen antwoord hebben, kunnen we nu wel donaties aan de voedselbank Groningen vergelijken met cash transfers naar de allerarmsten in Kenia. Dan kunnen we de dierenambulance vergelijken met het bestrijden van de bio-industrie. En het is niet zo dat een persoon in Kenia meer waard is dan een dakloze Groninger, maar de persoon in Kenia heeft veel meer baat bij een donatie dan een dakloze Groninger, die in veel gevallen in een zeer complexe probleemsituatie zit (anders was diegene niet door de mazen van ons sociale vangnet gevallen). En de dieren in de bio-industrie zijn in veel grotere getale, dan de zielige vogels in Groningen die uit bomen vallen.

Figuur 1 Why Farmed Animals – Animal Charity Evaluators

Lekker praktisch verhaal…

Nu we dus bij de conclusie zijn gekomen dat sommige problemen prioriteit hebben over anderen, moeten we nog wel een andere vraag bedenken: wat gaan we eraan doen? Daarvoor zijn er allerlei opties. Hieronder enkele ideeën:

Tot slot

In dit artikel heb ik veel generalisaties gemaakt, en veel complexiteiten onder het tapijt geschoven. Ik hoop dat het motiverend werkt, ook als je het niet overal mee eens bent. Het was mijn doel om zowel een op zichzelf staand idee over te brengen, alsook de interesse te prikkelen om tóch dat idealisme vast te houden. Om een bekende uitspraak in een nieuw jasje te steken:

Verbeter de wereld, begin bij jezelf, en ga dan verder, want je kan nog zoveel meer bereiken.