Mobely Mobely

Naam: Mobely Mobely
Verjaardag: 5 mei
Lievelingseten: Pizza raspatat
Lievelingskleur: Blauw

Ik ben Mobely Mobely, en kom uit de jungle hier ver, ver vandaan. We woonden in een hut midden tussen de prachtige groene gewassen van de natuur, onder de blauwe hemel met een donzen wolk hier en daar. Naast ons huis lag het strand, een witte deken van zacht zand met haar palmbomen waarvan haar bladen rustig dansten op de wind van de zee; de zee die zo diepblauw was, waar de sterren ’s nachts in reflecteerden en een kunstwerk van lichtjes vormden.

Mijn jeugd heb ik op een van de mooiste plekken ter wereld doorgebracht. Het was er altijd zomer, heerlijk warm en iedereen was altijd vrolijk. We hielden ook erg van muziek. Dezelfde ritmische klanken waren op elk moment van de dag te horen, het nummer waar we ’s avonds met z’n allen op dansten bij de heilige boom. Telkens als we dansten, klonk er het geluid van trompetten vanuit de hemel. Niemand weet waar deze mysterieuze maar o-zo-mooie melodie vandaan kwam, maar het nummer werd daarom ‘Trumpets’ genoemd. Op een van deze avonden, bij vol maanlicht, precies in het midden van het eiland, waar de grootste boom in de weide omtrek zich bevond, werd ik geboren. Het is de mooiste boom die ik ooit heb gezien, met haar roze bloesem in de zomer en blauwe in de winter.

Toen ik op de vijfde van mei ter wereld kwam, blies mijn moeder haar laatste adem uit. Voordat ze ging, heeft ze mij vernoemd naar de tekst van het nummer dat klonk toen ik tot aarde kwam. Ik heb mijn moeder nooit gekend, maar ik weet van verhalen dat ze erg liefdevol was. Ze wist dat ze maar één kind zou krijgen, een zoon. Mijn vader was in tegenstelling tot haar geen katachtige, maar een beer. Niemand weet daarom tot welke categorie ik behoor, maar men zegt altijd dat ik toch wat meer kat ben, dus ben ik meerkat.

Op een dag, de donkerste dag in tijden, dreigde er een storm. We wilden het eiland redden, onze huizen, ons dorp, maar dit was tevergeefs. We waren machteloos tegenover de onheilspellende kracht van de natuur. Plots sloeg de bliksem in. Een enorme knal was te horen van honderden kilometers afstand en alles werd donker voor enkele seconden. Ik kon niets meer zien en dacht dat ik blind was geworden, tot er een felle lichtflits scheen, terug van het eiland naar de hemel. Toen was alles stil.

Ik keek verward om me heen, wat was er gebeurd? De dieren om me heen keken allemaal mijn kant op. Waarom keek iedereen naar mij? Ik hield mijn poot voor me uit en zag dat ik roze was geworden. Toen liep ik naar het water, waar mijn weerspiegeling in het water mij met grote roze glitterogen aanstaarde. Er was ook een spoor op de grond dat naar mij leed: een zwart spoor waar nog rook vanaf kwam van de enorme bliksemschicht die de heilige boom en mij had getroffen.

Een aantal dagen streken voorbij. Het dorp was verwoest, de dieren dansten niet meer, en er klonk geen muziek meer vanuit de hemel. Iedereen ging me uit de weg, ontweek mij, en keek de andere kant op wanneer ik voorbij liep. Zelfs mijn eigen vader. 3 dagen later ging ik naar de heilige boom, die haar roze kleur aan mij had overgedragen en zelf zo zwart als roet was geworden. De wolken dreven voorbij en de maan kwam tevoorschijn. Het was volle maan. Ik keek naar het beekje waarin de maan weerkaatste. Ik voelde een pijn in mijn poot, het stak door mijn hele lichaam. Ik verkleurde, mijn roze lichaam werd blauw, en mijn kleine lichaam werd opeens wel 10 keer zo groot. Mijn tanden groeiden, mijn klauwen werden enorm en mijn ogen veranderden van grote roze diamanten in vuurrode, lichtgevende moordwapens. Ik weet niet wat er gebeurde, maar toen ik weer wakker werd, was niet alleen het eiland verwoest, maar ook haar inwoners. Lichamen lagen overal op de grond, bloed stroomde uit de door klauwen verminkte koppen en rompen van mijn vrienden. Toen ik dit zag, ben ik gevlucht. Ik liep, en liep, en liep, tot ik niet meer kon.

Ik werd gevonden helemaal in Nederland, door het 28e bestuur van AEGEE-Groningen, die mij heeft geadopteerd en omgetoverd tot mascotte. Ik was blij dat ik eindelijk weer een thuis had. Maar plots verdween het 28e bestuur en werd ik weggegeven aan het nieuwe bestuur der AEGEE-Groningen. Hoewel ik erg blij ben met mijn nieuwe baasjes zal ik mijn eerste adoptieouders nooit kunnen vergeven. Misschien zal ik hen ooit nog treffen wanneer de volle maan haar licht op de stad werpt. Verder hoop ik dat dit jaar, het jaar waarin ik het 29e bestuur der AEGEE-Groningen zal versterken als vierde bestuurslid, het leukste jaar van mijn leven wordt. Sinds ik nieuw ben bij deze vereniging, kijk ik er ook erg naar uit om alle leden te leren kennen. Ik hoop iedereen snel op de borrel te zien en dat we samen een keer gaan dansen op het lied dat mij aan mijn jeugd herinnert. We zien elkaar snel!

XXIXjes Mobely Mobely